Deze week lazen wij in de krant dat de Amerikaanse regisseur Steven Spielberg plannen heeft om een film te gaan maken over de Olympische Spelen van 1972 in München. De Spelen die we ons uiteraard vooral herinneren vanwege de gruwelijke Palestijnse aanslag op de Israëlische ploeg.
Maar ik moest onwillekeurig ook denken aan de twee misschien wel meest vergeten gouden Olympische medailles ooit, die van judoka Wim Ruska.
Wim Ruska is een groot kampioen.
Maar misschien niet voor het geluk geboren.
Een dag na zijn eerste gouden medaille, die in het zwaargewicht, vinden in het Olympisch dorp aanslagen plaats waarbij Israëlische atleten worden vermoord. De Spelen hadden moeten worden gestopt. Ze gingen door. Veel atleten verlieten desondanks vol afschuw het Olympisch dorp, maar niet Wim Ruska. Hij wilde ook zijn tweede gouden medaille pakken, die in de Open categorie. Hij hield zich bovendien niet met politiek bezig, laat staan internationale politiek. Had niet voor niets vijf jaar lang keihard getraind en zag bovendien de twee gouden plakken als uitweg uit de almachtige schaduw van Anton Geesink.
Ruska won.
Een onwaarschijnlijke prestatie. Tweemaal goud. Dat kon Geesink niet zeggen.
Maar wie zag Ruska staan?
En als iemand hem al zag staan, vroeg hij waarom hij in hemelsnaam niet was weggegaan uit dat besmette München?
Ruska is nooit gehuldigd, Ruska kreeg wel een half jaar later, samen met Andre Hazes, een speldje van de stad Amsterdam. Dat was het dan.
Ruska, werd uitsmijter op de Wallen in Amsterdam, en opende later met het verdiende geld een café in Wormerveer: De Gladoor. In zijn eentje zeilen. Dat was zijn hobby. Geen mensen in zijn buurt graag, dan ging het wel.
In 2001 werd hij getroffen door een hersenbloeding. Het café moest dicht.
Niemand hoort sindsdien ooit nog iets van Wim Ruska. Een van onze grootste kampioenen.